Verhaal

De Zondagsschool in Genne

Auteur: 
H. Buit-Zielman

De aankondiging van het Kerstfeest van de Zondagsschool Genne roept bij veel mensen goede herinneringen op. Het wordt georganiseerd door de Zondagsschoolvereniging Genne. Deze Hervormde Zondagsschool bestaat sinds ± 1918 en doorloopt nog iedere week een vast programma. Bijna alle kinderen uit Genne en omstreken gingen er vroeger naar toe. Mooi waren de Kerstfeestvieringen; in het begin op de deel tussen de koeien. Dan was er soms buiten een wit sneeuwlandschap, waardoor de natuur stil was onder een deken van sneeuw.

Van de bijna 100 jarige Zondagsschool Genne was van de eerste 60 jaar niets op papier vastgelegd, maar gelukkig zijn er verhalen doorverteld, zodat de geschiedenis als nog geschreven kan worden. En dan ontstaat het verhaal van een schoolmeester die aandrang had om de Blijde Boodschap door te geven, en van “gewone” mensen die het van hem overnamen tot de dag van vandaag.(1)

Meester Wouter W. Bouwhuis stond aan de wieg van de Zondagsschool in Genne. Hij was onderwijzer in Hasselt vanaf 1917. Meester Bouwhuis was sociaal bewogen en had een sterke drang tot evangeliseren, hij had ook de bevoegdheid als godsdienstonderwijzer. Hij vond dat de kinderen in het afgelegen Genne tekort kwamen met alleen openbaar onderwijs en gaf de aanzet tot het oprichten van een Zondagsschool. Onder zijn leiding maakten bijna alle kinderen in Genne, Hervormd en Gereformeerd, gebruik van deze mogelijkheid tot Christelijke vorming in de Openbare Basisschool Genne. Bij de Zondagsschool hoorde ook een jaarlijkse kerstviering. Deze werd de eerste jaren niet gehouden in het gebouw van de openbare school, maar men koos voor een andere locatie: een stal. Ruim een jaar na de start van de Zondagsschool in Genne ging meester Bouwhuis in op het verzoek om op zondag te preken op De Meele (Nieuwleusen). Hij zocht opvolgers voor zijn school in Genne. Jan Koerhuis was één van de drie jongemannen die het van hem overnam.

Meester Bouwhuis

Jan Koerhuis, de boot met de kop op de wind

Jan Koerhuis was geboren in 1896 aan de Zwolsedijk in een boerderij dicht op het Zwartewater; buitendijks daar waar de Vecht in het Zwartewater stroomt. Hij was een zoon van Egbert Koerhuis en Josina Kijk in de Vegte. Jan was de oudste van zes zonen en drie dochters. De lagere school had hij bezocht in Hasselt: de Christelijke school in de Gasthuisstraat.De zondagen thuis waren in zijn herinnering het rustpunt in de week.Tussen de kerkdiensten van de Nederlands Hervormde kerk namen vader en moeder de tijd om te lezen.Vader las in de boeken van Smytegelt en moeder in haar lievelingsboek ‘Het zien op Jezus’. De familie woonde buitendijks; leven en werk op de boerderij werd in sterke mate bepaald door de rivier en de seizoenen. Plotselinge hoogwaterstanden, veroorzaakt door stormen of smeltende sneeuw stroomopwaarts maakten dat het water soms bijna in huis kwam. Bij de buren kwam het water wel op de deel, herinnerde Jan zich nog goed. De koeien stonden daar gelukkig nog wat hoger, maar het hooi moest dan overgebracht worden op platliggende landhekken die bleven drijven, om de dieren voer te geven.

Toen hij ‘de leeftijd had’, was Jan lid geworden van de Hervormde Jongelingsvereniging Hasselt. Daar ontmoette hij de jonge (godsdienst)onderwijzer, meester Bouwhuis. Deze woonde bij zijn ouders in Hasselt in de Ridderstraat. Het waren Godvrezende mensen, vond Jan. Vader Bouwhuis had een aantal jaren in Indië gewerkt als onderwijzer, maar wegens gezondheidsproblemen moest hij terug naar Nederland. Jan was wel bij hun aan huis geweest. Hij herinnerde zich ook de vrouw van de jonge meester Bouwhuis nog goed: Sijgje (Jet) Rappard; een klein kordaat vrouwtje. Jan was één van de drie boerenzoons bij de Jongelingsvereniging, die werd benaderd om de Zondagsschool in Genne te gaan leiden.Toen hij gevraagd werd, had hij er niet veel zin in gehad: hij was ten slotte boer en geen schoolmeester. Maar zijn vader had hem overgehaald: “Je leert er altijd wat van en je wordt in ieder geval vrij en welbespraakt”. Daarmee had hij zich laten overhalen en hij had er nooit spijt van gehad. De Zondagsschool had zijn leven verrijkt. Samen met Willem ten Klooster en Willem Pelleboer had hij deze taak op zich genomen en om de beurt hadden ze op zondag dienst. Jan ging met de roeiboot over het Zwartewater en liep dan over de uiterwaarden naar de dijk in Genne, langs het huis van Gombert naar de school. Als het stormde was hij wel eens bezorgd nagekeken, het water stond soms van dijk tot dijk.Maar Jan was bij de rivier opgegroeid: de boot met de kop op de wind houden, dan kwam je er wel! In de school aangekomen was altijd al een ouderling of bestuurslid aanwezig die de kachel had aangemaakt. Deze man zag toe op een goed verloop van de Zondagsschool en hielp bij het overhoren van de psalmverzen. Bij het overhoren van de versjes kregen de kinderen een plaatje (zie illustratie) als beloning. De psalmverzen waren net als de Bijbelvertelling vast onderdeel van het programma. Leidraad voor de activiteiten waren de publicaties van de Landelijke Gereformeerde Zondagsschoolvereniging Jachin. Het uur was eigenlijk altijd zo om. Jan herinnerde zich van zijn leerlingen nog de zusjes Aagte en Willempje Boers en Rika en Judith Wieten en ouderling Gerrit Beumer, die vaak in slaap viel bij de warme kachel.Toch wel opgelucht dat het ook deze week weer gelukt was, ging Jan na afloop theedrinken bij de weduwe Foekert, die naast de school woonde.

Tegen Kersttijd werd de gang naar Genne vaker gemaakt. Er moest immers geoefend worden op het teksten opzeggen en extra versjes moesten worden geleerd. Eén keer had Jan het kerstverhaal moeten vertellen, maar het werd een gewoonte om daar de predikant van de Hervormde gemeente Hasselt voor te vragen. De dominee werd daarvoor opgehaald met paard en tentwagen.

Jan trouwde in 1926 en werd boer op de boerderij De Prins aan het begin van de Stenendijk bij de molen De Zwaluw. Dat was op de plaats van zijn grootvader Jan Koerhuis. Jan en zijn gezin woonden er tot 1930. Toen kwam de mogelijkheid om de korenmolen annex kunstmesthandel in Nunspeet over te nemen. Omdat Jan’s vrouw graag terug wilde naar de Veluwe, was dat geen moeilijke beslissing. De boerderij in Hasselt en ook de Zondagsschool droeg Jan over aan zijn broer Egbert Koerhuis. In de kerk in Nunspeet was Jan een bekende persoonlijkheid omdat hij veel psalmen uit het hoofd meezong. Dat was één van de dingen die hij had geleerd van de Zondagsschool Genne!

De Zondagsschool

Binnen de protestant christelijke samenleving in Nederland was het sinds de tweede helft van de 19e eeuw gebruikelijk kinderen tussen 6 en 12 jaar na de kerkdienst of op zondagmiddag naar een Zondagsschool te sturen.De Nederlandse Zondagsschool Vereniging Jachin is opgericht in 1865 en in 1916 waren er 1381 scholen lid van deze vereniging met 180.000 leerlingen. De zondagsschoolboekjes, uitgereikt aan de kinderen op het kerstfeest waren een belangrijke bron voor de protestante opvoedingsgeschiedenis.(2) Op de Zondagsschool werden kinderen ingeleid in de waarden en normen van de christelijke cultuur. Concreet hield dit in dat men gezamenlijk een lied zong en dat de leider of leidster een bijbels verhaal vertelde. Aan de hand van een roosterboekje (van Jachin) werd er door de kinderen een psalmvers of een tekst geleerd. Als beloning voor diegenen die het vers kenden werden plaatjes uitgedeeld. Wanneer je bijvoorbeeld 20 plaatjes had, werd dit beloond met een boek. In Genne ging het niet anders, zo herinnert zich ook Wessel Buit, die als kind de Zondagsschool bezocht en later bestuurslid was.

Wessel Buit, zoon van Engbert Buit en Marie van de Wal ging zelf naar de Zondagsschool van 1928 tot 1936. Leidinggevenden waren toen Egbert Würsten en Anton Schroten. Het bestuur werd gevormd door Gerrit Beumer, Berend Jan Hulleman en Hendrik van Dijk. In 1962 werd Wessel zelf bestuurslid; hij kwam in de plaats van Henk Buit Harm zn. Mede bestuursleden waren toen Bart van de Vecht en Albert Scherpenkate. Leidinggevenden waren toen Egbert Würsten, Anton Schroten en Hendrik van de Klogt Gzn. In Wessels periode werd Bart van de Vecht vervangen door Jan Hendrik Visscher.

Het Kerstfeest

Klaasje Beumer-Weijs woonde in haar jeugd met haar ouders op een pachtboerderij achter in Genne. Ook in haar herinnering stond het Kerstfeest gegrift: ze was op Zondagsschool bij meester Bouwhuis vanaf het begin, de meester kon mooi vertellen. Het kostte hem geen moeite om de aandacht van de kinderen vast te houden. Het Kerstfeest werd toen bij hen op de deel gehouden. Ze herinnerde zich de voorbereidingen die van te voren getroffen moesten worden. Om ruimte te maken werd de karnmolen vooraan de deel opgeborgen en er werd een fornuispot gebracht om chocolademelk in te koken. De stal werd vrij gemaakt van spinnenwebben en de vloer strak aangeveegd. Vanuit Hasselt werd een orgel opgehaald en de zitbanken werden uit de opslag gehaald. Meester Bouwhuis had bij hen de leiding van het Kerstfeest. In 1922 ging de familie Weijs verhuizen, al eerder werd het kerstfeest gehouden bij Hendrik van Dijk . In de tijd van Jan Koerhuis was het Kerstfeest op de deel van de boerderij het Glinthuis bij Hendrik van Dijk.

Het was een bijzondere ervaring: aan weerszijden de herkauwende koeien, de mensen op houten banken daartussen, de deel verlicht met stallantaarns. Soms had het gesneeuwd. Van alle zijden kwamen de mensen aanlopen: er waren soms wel 100 bezoekers. Het was een hoogtepunt in de donkere winteravonden. Na het vertellen van het Kerstverhaal en het opzeggen van de teksten kreeg iedereen warme chocolademelk. De kinderen kregen daarbij een sinaasappel en een leesboekje dat uitgeselecteerd was door de Landelijke Zondagsschool Vereniging Jachin. Vaak was dat een boekje van W.G. van der Hulst: “Jaap Holm en z’n Vrinden” bijvoorbeeld, of “Ouwe Bram”.Voor de kleintjes “Van den boozen Koster”

Wessel Buit herinnert zich deze Kerstfeestvieringen op deel bij Hendrik van Dijk nog goed. Daarna werden ze gehouden bij Harm Buit en Klaas Hulleman. De kerstviering werd verschillende keren bij Harm Buit gehouden. Margje Noppers-Buit herinnert zich dat haar vader Harm zich in zijn bestuursperiode sterk betrokken voelde bij de Zondagsschool. Al vroeg in de herfst was hij al avonden op weg met Albert Holtrust om geld op te halen voor de onkosten van het Kerstfeest. Alle ouders moesten dan bezocht worden, voor die bezoeken werd de tijd genomen. Het Kerstfeest werd ook een trekpleister voor de opgroeiende jeugd die om een verzetje verlegen waren. Tijdens een Kerstfeest hadden baldadige jongelui achter op de deel twee koeien los gelaten. De volgende kerstviering was bij Klaas Hulleman in de stal.

Hendrik Jan Witteveen (geb. 9-4-1934) herinnert zich dat hij als kleine jongen met zijn ouders mee mocht naar het Kerstfeest. Het staat hem nog levendig voor de geest: het had gesneeuwd en het was volle maan. Overal zag je in het schijnsel van de maan mensen richting de stal van Hulleman lopen om het Kerstfeest te vieren. Wat was dat mooi, zo tussen de herkauwende koeien: het opzeggen van de teksten het zingen van de kerstliederen, chocolademelk drinken en luisteren naar het kerstverhaal van Dominee Enkelaar, het meekrijgen van een boekje en een sinaasappel. Na afloop liepen ze met Bart van de Steege door de knerpende sneeuw terug naar huis.

Verschillende jaren is het Kerstfeest gevierd bij Klaas Hulleman, tot in het begin van de jaren vijftig. Hoewel er nooit ordeproblemen waren, de bestuursleden hadden overwicht genoeg, toch werd de viering in de brandgevaarlijke stal met grote aantallen mensen ook een zorg. Op een bepaald moment werd de beslissing genomen om het Kerstfeest in de Gennegerschool te houden.

Meer over meester Bouwhuis en zijn (schoon)familie

Meester Bouwhuis startte de Zondagsschool in Genne uit volle geloofsovertuiging. Uit alle verhalen van mensen die er nu niet meer zijn, kwam in bredere zin de erfenis van de families Bouwhuis en Rappard, de schoonfamilie, naar voren. Zij hebben een bijzondere rol gespeeld voor de bewoners van Hasselt en omstreken, zowel op geestelijk als op sociaal gebied. Daarom vertellen we hun verhalen door en geven wat extra aandacht aan deze families.

Wouter Willem Bouwhuis werd geboren op 27 augustus 1884 in IJsselmuiden als zoon van Jan Bouwhuis en Hendrikje Jager. Van kind af aan had hij maar het gebruik van één arm, de andere was verlamd. Hij deed op 29 april 1904 examen voor de onderwijsbevoegdheid te Zwolle en kreeg op 30 september 1914 van de Classis Kampen de bevoegdheid van Godsdienstonderwijzer. In 1908 kreeg hij een aanstelling als onderwijzer in Wezep en vertrok vervolgens in 1912 naar Putten. In 1917 volgde de aanstelling in Hasselt. Zijn ouders woonden toen ook in Hasselt; in de Ridderstraat naast de pastorie van de Hervormde kerk. Zoals vermeld, voelde meester Bouwhuis een sterke drang tot evangeliseren. Nadat hij de Zondagsschool in Genne had opgericht en daar de middagen verzorgde, werd hij ook gevraagd om te komen preken in het afgelegen gebied De Meele in Nieuwleusen. Daar was een Evangelisatievereniging opgericht die eerst vergaderde in de oude cichoreifabriek. December 1919 werd meester Bouwhuis aangenomen om tweemaal op een zondag te komen preken. Eerst werd hij gebracht met een rijtuig, Derk van de Wal van Terwee heeft hem ook wel weggebracht. Daarna werd hem door de Evangelisatievereniging een motor aangeboden. Het verhaal gaat dat op De Meele niet alles vredig was. Waren het tegenstanders van het Christelijk onderwijs die op een bewuste avond een draad over de weg spanden, op een tijd dat de meester op zijn motor langs zou komen? De meester kwam lelijk te vallen, maar hij werd bewaard. Hij hield er uiteindelijk een litteken aan de wijsvinger van zijn goede hand aan over. In 1921 werd de Rehobothkerk op De Meele geopend. In januari 1923 nam meester Bouwhuis een benoeming aan als onderwijzer aan de Christelijke school Den Hulst Nieuwleusen. Daarna vertrok hij in 1924 naar Kootwijkerbroek. Op Paasmaandag 21 april 1924 nam meester Bouwhuis afscheid van de Hervormd Evangelisatievereniging Rehoboth op de Meele, na vijf jaar lang een geliefd voorganger te zijn geweest. Ten slotte heeft hij tot zijn eervol ontslag in 1944 gewoond en gewerkt in Lunteren. In heel zijn leven heeft het geloof een grote rol gespeeld en zijn bevoegdheid als godsdienstonderwijzer heeft hij intensief gebruikt.Naast het evangeliseren was het maken van gedichten en verhalen schrijven met een christelijke boodschap een liefhebberij van hem. Ze werden opgenomen in kerkbladen en andere christelijke tijdschriften.Een gedicht van hem; ‘Op Engelenhanden’ is op muziek gezet en vaak door koren gezongen. Meester Bouwhuis is overleden te Lunteren op 15 september 1963, 79 jaar oud.

Meester Bouwhuis had in zijn periode in Putten dominee T.G.C Rappard ontmoet. Deze vroeg hem een oogje op zijn dochter Sijgje Elisabeth (Jet) te houden, die in Hasselt onderwijzeres was aan de Hervormde School in de Rosmolenstraat. Dit ‘oogje in het zeil’ werd een verbintenis voor het leven.

Jet Rappard was onderwijzeres in Hasselt van 1915 tot 1918, tot meester Wouter Bouwhuis kwam. Daarna kreeg ze een aanstelling in Veenendaal. Op 31 maart 1921 zijn ze getrouwd in Maartensdijk, het echtpaar ging wonen aan de gracht in Hasselt. In Hasselt was de broer van Sijgje huisarts: dokter T.C.M. Rappard. Oudere Hasselters weten nu nog veel anekdotes over deze arts, hij was sociaal bewogen en was een grote promotor van de voetbalvereniging Olympia en de Volksbond in de crisisjaren.(3)  Daarnaast had Sijgje nog een broer; hij was predikant: voor het laatst in Dinteloord. Maar ook hij heeft zijn getuigenis in Hasselt achtergelaten. Dominee J.H.Th. Rappard was 39 jaar oud toen hij met zijn oudste zoontje enige vakantiedagen doorbracht bij zijn broer in Hasselt. Op zondag 9 augustus 1931 preekte hij tweemaal in de Hervormde kerk en tot ieders schrik en ontroering overleed hij de nacht van 13 augustus in zijn slaap in het huis van zijn broer de arts. De twee laatste preken zijn in druk verschenen; de Kerkenraad van de Hervormde kerk Hasselt heeft ze jarenlang als belijdenisgeschenk meegegeven aan de catechisanten.(4)

Noten:

1) Deze bijdrage is gebaseerd op de band opgenomen vraaggesprekken in 1987 met Frederik en Klaasje Beumer-Weijs, Steven en Aaltje van de Linde-Hulleman, Toon en Willempje Hulschebos- Boers, uit Genne.  Jan Koerhuis. Nunspeet.

2005 en 2006 gegevens van Margje Noppers- Buit, Oene. en Wessel Buit, Wilsum, H.J.Witteveen, Hasselt.

Gegevens over de familie Bouwhuis-Rappard; van dochter mevr C.H. Schaap-Bouwhuis, Meppel, en zoon Theo Bouwhuis, Elst en kleinzoon Ernst Bouwhuis, Grave.

2) Site; van De School Anno; Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal onderwijsmuseum no. 120202.Zondagsschoolboekjes tussen 1890-1941. De zondagsschool en de protestants-christelijke leescultuur door Jacques Dane, 1994 nr. 2

3) Site Histovisie nr. 2 van F. Schmidt; De Volksbond in de crisisjaren.

4) De Hervormde kerkenraad van Dinteloord heeft in 2006 een exemplaar van deze preken geschonken aan de Historische Vereniging Hasselt.

 

Geraadpleegde lectuur; Hervormde gemeente”Rehoboth” Nieuwleusen 1921-1996.

H.J.Klomp; Een beminde bovenmeester van een bijzondere school; Christelijke school Den Hulst

 

 

Reacties